Home page



Gedoopt
in Christus Jezus



"Door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt,
hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen"
(1Cor.12:13).





INLEIDING

De doop is een onderwerp, waarover veel verschil van mening bestaat. De één doopt door besprenging, de ander door onderdompeling. In veel kerken doopt men kinderen, terwijl anderen alleen maar volwassen mensen dopen. De meesten dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Er zijn groepen die alleen dopen in de naam van Jezus. Er zijn er ook die helemaal niet dopen.

Het is niet onze bedoeling om de verschillen nóg groter te maken. Integendeel! Er is een waarheid over de doop, die verenigt. Wie "zich laten dopen in, tot, of naar Christus Jezus" door Zijn Geest, zijn één in de Geest door de band des vredes (Ef.4:3).

Paulus schrijft, dat er "één lichaam en één Geest is, één Heer, één geloof, één doop en één God en Vader van ons allen" (Ef.4:4-6).

Eén doop? Johannes de Doper doopte met water (Mat.3:6). De Heer Jezus doopt met de Heilige Geest (Hand.1:5). Hij doopt ook met vuur (Mat.3:11). In Handelingen lezen we over "dopen in de naam van Jezus" en in de brieven van Paulus over "dopen in Christus Jezus" en "dopen tot één lichaam" (Rom.6:3, 1Cor.12:13). Wat bedoelde Paulus er dan mee, dat er "één lichaam en één Geest, één Heer, één geloof, één doop" is?

Er zijn namelijk drie stadia, wat het dopen betreft (drie is het getal van volkomenheid, zie b.v. de indeling van de tabernakel). Eerst het natuurlijke stadium: er wordt dan gedoopt als symbolische handeling door mensen (Mat.3:11a), door een priester, profeet of een apostel (vgl. Johannes de Doper, Joh.1:25, Mat.28:19), of door een oudste of voorganger (Jac.5:14).

Dan hoort daarop het geestelijke stadium te volgen: de doop met de Heilige Geest. Johannes de Doper zei: "Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur" (Mat.3:11).

Tenslotte het einddoel, waar Paulus het steeds over heeft: er is een doop in, tot of naar Christus Jezus door de Geest. "Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen" (1Cor.12:13).



DE SYMBOLISCHE HANDELINGEN

De Israëlieten, die uit Egypte waren getrokken, ontvingen van God Zijn Woord op steen gegrift. Tevens ontving Mozes tal van bepalingen en ceremoniën, die mensen moesten doen in het natuurlijke. Om geestelijke waarheden te verstaan is het altijd goed eerst te kijken naar de blauwdruk, het oude testament. Want "het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke" (1Cor.15:46).

Welnu, in wet van Mozes lezen wij over verschillende ceremoniële reinigingen

1: met bloed (b.v. Lev.16:1-34);

2: met water (b.v. Lev.14 en 15);

3: met water en as (Num.19:1-22);

4: met olie (b.v. Lev.14:26-28).

In het Grieks worden deze reinigingen baptismoi (het meervoud van baptisma) genoemd. Het woord is meestal vertaald als dopen (Hebr.6:2), maar ook als wassingen (Hebr.9:10). Dit waren altijd besprengingen, zalvingen of overgietingen. De wet van Mozes kent namelijk geen onderdompeling van personen.

Alles in de wet wijst heen naar geestelijke realiteiten (Hebr.10:1). Alle bepalingen van de wet wijzen naar eeuwige waarheden in het koninkrijk van God. Dat principe houdt de schrijver van de Hebreeënbrief consequent vast. Hij zegt, dat alle oudtestamentische, aardse dingen "zinnebeelden zijn voor deze tegenwoordige tijd" (Hebr.9:9).

Ook de baptismoi waren "bepalingen voor het vlees", voor de natuurlijke mens, "opgelegd tot de tijd van herstel" (Hebr.9:10). Dus eerst komen er zichtbare ceremoniële reinigingen, daarna geestelijke reinigingen in de tijd van herstel in Christus, onze Heiland.

Johannes de Doper zei bijvoorbeeld: "Ik doop u met water. Die na mij komt zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur" (Mat.3:11). De baptisma met water van Johannes was een oudtestamentische, symbolische overgieting. De Heer Jezus zou daarvan de vervulling geven in geest en waarheid: een uitstorting van Zijn Geest.



DE GEESTELIJKE REINIGINGEN

De baptisma met bloed

In de wet van Mozes was er een reiniging door besprenging met het bloed van een offerdier (Hebr.9:13,19,21). "Zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving" (Hebr.9:22).

In het nieuwe verbond is dat de reiniging door het bloed van Jezus. Hij heeft Zijn bloed "voor velen vergoten voor de vergeving van zonden" (Mat.26:28). Hij is "het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt" (Joh.1:29). Door Zijn offer is "in één keer de zonde weggedaan" (Hebr.9:26). Hem "heeft God gesteld als zoenmiddel "door het geloof in Zijn bloed" (Rom.3:25).

De baptisma met olie

Er was ook een "wassing" met olie. Dat gebeurde met een zalfolie die op een speciale manier werd bereid (Ex.30:22-33). Die zalving was bedoeld voor de tabernakel, voor alles wat er in stond en voor de priesters (Ex.30:26-30, Ex.29:7). Alles wat voor God werd apart gezet, werd met die olie gezalfd (Ex.30:29). Later zou dat ook met koningen gebeuren, ook mensen die voor een bepaalde taak werden uitgekozen en apartgezet. Zo heiligde God Zijn woonplaats, de priesters en de koningen, niet alleen met bloed, maar ook met olie.

Ook in het nieuwe verbond wordt iedereen, die wordt apart gezet voor God, gezalfd met "olie" (=een beeld van Gods Geest). David bezong dat al in psalm 23: "Hij zalft mijn hoofd met olie". Zo werd ook de Heer Jezus met de Heilige Geest gezalfd als "tempel van God", als eeuwige Koning en Hogepriester (Mat.3:16). Hij is immers de Messias (Hebreeuws voor gezalfde), de Christus (Grieks voor gezalfde).

En nu vergadert God een volk voor Zijn naam uit alle volkeren (Hand.15:14). Ook zij worden apartgezet, geheiligd (Rom.8:27). Ook zij zijn volgens Zijn plan geroepen tot zoonschap (Rom.8:28). Hen heeft "Hij tevoren gekend en bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon" (Job 38:7, Rom.8:29a). Jezus zou "de Eerstgeborene zijn van die vele broeders, die allen gelijkvormig worden aan Hem, de Gezalfde. Ook zij worden gezalfd als Gods "tempel van levende stenen" (1Petr.2:5), als geestelijke koningen en priesters (Op.1:6).

Wie zo gezalfd wordt, ontvangt goddelijke autoriteit en kracht. Want wat is een geestelijke koning zonder kracht of een geestelijk priester zonder autoriteit? Daarom zei de Heer Jezus tot Zijn discipelen: "Jullie zullen kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt" (Hand.1:8). De Heer Jezus zou de Zijnen zalven met de Heilige Geest om hen te verlichten en te bekrachtigen met kracht van omhoog (Hand.1:8, 2:17, 8:16, 10:45 en 11:15).

Wat voor de baptisma met bloed geldt, geldt ook voor de baptisma met olie. Beide geschiedden in het oude verbond met zichtbaar bloed en olie. In het nieuwe verbond gebeurt dat in geest en waarheid.

De baptisma met water en as

Een volgende reiniging was de besprenging met water en as. Deze reiniging wordt uitvoerig vermeld in Numeri 19, waar as van een verbrande, rode vaars met water werd vermengd. Met dit reinigingswater werd iedere Israëliet ontzondigd, die op enigerlei wijze met de dood in aanraking was geweest (Num.19:9, 11-13).

"Water" en "as". Nu is dat de reinigende werking van het Woord, dat als een vuur de kinderen Gods loutert van de sfeer van de dood. Na schuldvergeving door besprenging met het bloed van het Lam en na te zijn gezalfd met Zijn Geest, moet ook daarvan gereinigd worden.

Ons denken en handelen zijn namelijk zó lang beïnvloed door het natuurlijke ik, dat stervende sterft (Gen.3:3, letterlijk). Bovendien worden wij voortdurend omringd door mensen, die denken en leven op een wijze, die God niet behaagt. Zij zijn levend dood (1Tim.5:6). Worden wij door hen beïnvloed, aan het wankelen gebracht of van de Heer afgetrokken, dan hebben ook wij ons verontreinigd door "een dode aan te raken". Dan moeten wij ons in geest en waarheid laten "ontzondigen" met "water en as". Wie dat niet doet, verontreinigt het huis van God, "omdat het water der reiniging niet op hem gesprengd werd" (Num.19:18). Wie zich wel laat besprengen met "de as van de vaars", laat zich heiligen en zijn "bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen" (Hebr.9:13-14).

De baptisma met rein water

En tenslotte is er de geestelijke wassing met rein water. Paulus zegt: "Mannen, heb uw vrouw lief zoals Christus Zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het Woord en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet" (Ef.5:25-27).

Door het waterbad met het Woord. Door het Levende Woord reinigt Jezus ons hele leven van wereldse bezoedelingen en menselijke onhebbelijkheden. Het bloed van Jezus wast onze zonden weg. Het levende water wast ons leven rein. "Jullie zijn rein door het woord, dat Ik tot jullie gesproken heb" (Joh.15:3). Dat zei de Heer tot Zijn discipelen. Hij had hen uitgekozen om bij Hem te zijn (Marc.3:14). En door hun omgang met het Levende Woord ondergingen zij een geestelijke baptisma, die hen rein maakte (Joh.15:3). De Heer Jezus doopte hen niet op de oudtestamentische wijze, zoals Johannes de Doper en diens discipelen dat deden. Jezus reinigde hen door het waterbad van het Woord dat Hij tot hen sprak.

En zo wil Hij ook ons leven rein maken door het Levende Woord. Dat kan, als ook wij dagelijks omgaan met de opgestane Heer. Hij doet dat niet met een symbolische handeling, maar op een totaal nieuwe wijze, die hoort bij het nieuwe verbond: in geest en in waarheid.

Jezus' discipelen waren dus rein, omdat de Heer hen op geestelijke en waarachtige wijze had "gewassen met rein water". Alleen het contact met de "wereld" verontreinigde nog wel hun "voeten". Daarom zei Hij: "Wie gebaad heeft, hoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is helemaal rein. En jullie zijn rein, maar niet allemaal. En toen Hij hun voeten gewassen had, zei Hij tot hen: Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb? Als nu Ik, jullie Heer en Meester, jullie voeten gewassen heb, behoren ook jullie elkaar de voeten te wassen. Ik heb jullie een voorbeeld gegeven" (Joh.13:12-17).

Bijna iedereen neemt aan, dat de Heer Jezus Zijn discipelen een lesje gaf in nederigheid. Ook natuurlijk! Dat snapten ze meteen. Want welke Meester doet nou slavenwerk? Maar Hij wilde hun ook nog iets méér leren. Hij zei: "Wat Ik doe, weten jullie nu niet, maar jullie zullen het later begrijpen" (Joh.13:7).

Wat een genade, dat wij die waarheid nu wél gaan verstaan. De Heer Jezus wast de Zijnen rein met het levende water van de Heilige Geest (Tit.3:6). Bovendien behoren ook de Zijnen elkaar de voeten te wassen met dát water (Joh.13:14). Want stromen van levend water zullen ook uit hun binnenste vloeien (Joh.7:38). Daarmee zullen zij elkaar liefdevol en nederig corrigeren, wassen, reinigen, maar dan alleen de voeten. Niet dus met een schaal water, maar op een nieuwe wijze: "door het waterbad van het Woord" (Ef.5:26).

Wie werden er in het oude testament gereinigd met rein water? We lezen in Exodus 29, dat Aäron en zijn zonen naar de tent der samenkomst werden gebracht en met water werden gewassen. Weer priesters! Zo is het ook in het nieuwe verbond. Ieder die tot geestelijk priesterschap wordt geroepen, moet eerst worden gewassen door het waterbad van het Woord des Levens van alle bezoedeling van het vlees en van de geest. Dit is geen wassing om zonden weg te nemen, want dat geschiedt door besprenging met het bloed. Dit is een reiniging door het Levende Woord. Dat Woord "is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, het schift de overleggingen en gedachten van het hart" (Hebr.4:12). Dat Woord maakt ons tot een reine tempel, tot een reine priester, tot een reine koning (vgl. Op.14:5).



DOPEN IN EEN PERSOON

Nu komen wij tot het derde stadium, de doop "tot één lichaam" (1Cor.12:13). Dat is de "doop tot (in) Christus Jezus" (Rom.6:3).

Om de doop in een persoon te verduidelijken, kiest Paulus een voorbeeld uit het oude testament. Hij schrijft: "Broeders, jullie weten, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, die met hen medeging. Die rots was de Christus" (1Cor.10:1-5).

"Zij lieten zich allen dopen in Mozes in de wolk en in de zee". Bijna iedereen gaat er van uit, dat het hier gaat om een waterdoop (in de zee) en een geestesdoop (in de wolk).

Allereerst iets over het Griekse voorzetsel en (in de wolk en in de zee). Het betekent in, maar ook met, door, door middel van:

"doden met (=en) het zwaard" (Op.6:8),

"met (=en) vuur verbrand worden" (Op.18:8),

"zouten met (=en) zout" (Mat.5:13),

"baptizo en": baptizo door middel van.

Er staat dus eigenlijk: "Zij lieten zich allemaal dopen tot Mozes (eis=in, tot, naar) door (de geweldige gebeurtenissen met) de wolk en de zee" (en=door, door middel van).

Trouwens, de Israëlieten werden helemaal niet gedoopt in het water van de Schelfzee. Zij gingen juist "op het droge midden door de zee en de wateren waren hun rechts en links als een muur" (Ex.14:29). Het waren juist de Egyptenaren, die erin terecht kwamen. Die verdronken.

Er staat óók niet, dat zij in de wolk werden gedoopt. Het volk volgde de wolk. "De Heer ging voor hen uit, overdag in een wolkkolom en 's nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten, zodat ze dag en nacht konden voortgaan. Zonder ophouden bleef de wolkkolom aan de spits van het volk" (Ex.13:21-22).

Wat betekent dan, dat de Israëlieten zich lieten dopen "in Mozes" (1Cor.10:2)? "Toen zag Israël, welk een machtige daad de Heer tegen Egypte gedaan had. En het volk vreesde de Heer. Ze geloofden in de Heer en in Mozes, Zijn knecht" (Ex.14:31). "Zij geloofden in Mozes" (Hebr.: aman=steunden op, bouwden op, vertrouwden, Ex.14:31). "Zij lieten zich allemaal dopen in Mozes" (1Cor.10:2).

Het Hebreeuwse woord (aman) leert ons, dat de Israëlieten voortdurend op twee gedachten hadden gehinkt: ze hadden nu eens wel en dan weer niet voor Mozes gekozen. Ze waren wat hun relatie tot Mozes betreft onstandvastig en onbetrouwbaar. Maar nu steunden, vertrouwden, geloofden en bouwden ze wel op hem, omdat men had gezien, welke machtige daden de Heer gedaan had door de hand van Mozes. En het Griekse woord (baptizo) leert ons, dat het volk in Mozes' invloedssfeer kwam en veranderde. Het tweede gedeelte van het woord (izo) betekent gaan zitten, zich nestelen. Zij waren vóór hem, niet langer tegen hem! Zij waren één met hem en daardoor beïnvloedbaar, kneedbaar. Baptizo!

Nu het Griekse voorzetsel eis (tot, naar, in): "in, tot, naar Mozes gedoopt"(1Cor.10:2). De Israëlieten waren buiten Mozes geweest, doordat zij niet geloofden, dat God hem had gezonden. Maar toen de Almachtige hen door de gebeurtenissen overtuigde, dat Mozes wel degelijk door Hem was gezonden, aanvaardden zij zijn gezag en onderwierpen zich daaraan. Van "buiten Mozes" keerden zij zich nu, uit vrije wil, "tot Mozes". Zij werden tot, naar, in hem gedoopt. Wat waren zij blij! Samen zongen zij een heerlijk lied (Ex.15). Eindelijk was het volk één met hun leidsman.

In het nieuwe verbond is de Heer Jezus Christus de Leidsman, die Zijn volk uit "Egypte" leidt naar "Kanaän". Ook nu spreekt God tot Zijn volk door de Heilige Geest: "Als u nu Zijn stem hoort, verhardt uw harten dan niet" (Hebr.3:7). Ook nu moeten "wij tot Hem gaan", als wij weten, dat "wij hier geen blijvende stad hebben en de toekomstige zoeken" (Hebr.13:13-14). Wij moeten ons in Christus Jezus laten dopen, ons "in Hem nestelen" (izo), ons laten inlijven "in Christus" door de Heilige Geest. Die "doop" is zó'n geestelijke beïnvloeding, dat wij "veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer, die Geest is" (2Cor.3:18).



IN DE ROTS

Nu Romeinen hoofdstuk 6. Daar staat: "Of weet u niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit van de Vader, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen" (Rom.6:3-4).

Deze verzen worden altijd aangehaald als bijbelse onderbouwing voor een waterdoop, samen met andere verzen, die daarmee in overeenstemming moeten worden gebracht, zoals bij voorbeeld "omdat u met Hem begraven bent in de doop" (Col.2:12). Die gedachtengang is veel te laag. Want wat Paulus zegt, gaat over de doop in Christus Jezus. "Weet u niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?"(Rom.6:3). Over Romeinen 6 zou ik daarom drie opmerkingen willen maken.

Ten eerste: nóch in Romeinen 6, nóch in Colossenzen 2 wordt het woord water gebruikt, ook niet in de context. Men neemt altijd aan, dat "met Hem begraven door de doop in de dood" betrekking heeft op een ceremonie met water. Maar Paulus heeft het over een veel hoger gebeuren, over de doop in Christus Jezus (Rom.6:3).

Ten tweede: het gaat in deze hoofdstukken over éénwording met Christus. Er staat: "Wij mogen niet bij de zonde blijven" (Rom.6:1). Want "hoe zullen wij, die aan de zonde gestorven zijn, daarin nog leven?" (Rom.6:2). Nee! Wij verlaten de zonde! En dan? Dan "nestelen wij ons" (izo) in Christus! Dan gaan wij in Hem leven (1Cor.15:22,), met Hem samengroeien aan Zijn dood (Rom.6:5) en met Hem sterven (Col.3:3). Dan is ons "ik" dood (Gal.2:20). Dan zijn wij ook met Hem begraven en met Hem opgewekt tot nieuw leven (Rom.6:4). Wij gaan dan met Hem leven en met Hem lijden ((Rom.6:8, Col.1:24). We nemen "Zijn juk op" (Mat.11:29). We gaan Zijn smaad dragen, in Zijn voetstappen treden en Zijn weg bewandelen ((Hebr.13:13, 1Petr.2:21, Mat.7:14). Alles met Hem, omdat wij ons laten dopen in Hem en ons laten beïnvloeden en veranderen door de Heilige Geest. De Heer Jezus zei het zo: "Blijf in Mij zoals Ik in u. Wie in Mij blijft zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht" (Joh.15:4-5).

Ten derde: er staat duidelijk, dat wij met Hem begraven zijn door de doop in de dood, als wij gedoopt zijn in Christus Jezus (Rom.6:3). Christus stierf aan een kruis en werd begraven in een spelonk. Als wij begraven, delven wij een graf, laten daarin het dode lichaam neer en bedekken het met aarde. Maar de Heer (en trouwens ook alle aartsvaders en bijna alle koningen van Israël) werd gelegd in een spelonk van een rots.

De term "watergraf" strookt dan ook niet met de wijze waarop in bijbelse tijden werd begraven. Paulus schreef dan ook niet over een begrafenis in de grond of in water. Hij dacht aan het zich laten begraven in de Rots. Elders zegt hij: "U bent gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God" (Col.3:3). Wie is ons een rots? Er is geen "rots buiten onze God!" (Ps.18:32). De Heer der heerscharen, de Almachtige, is "mijn steenrots, mijn vesting en mijn bevrijder, mijn God, mijn Rots, bij wie ik schuil" (Ps.18:3). "Hij is mijn rots en mijn heil" (Ps.62:7a).



IN DE ARK

Petrus confronteert ons met dezelfde gedachte. Hij zegt: "In de dagen van Noach werd de ark in gereedheid gebracht, waarin maar acht zielen (acht is het getal van "nieuw leven", van "opstanding") door het water heen gered werden. Als tegenbeeld redt u nu de doop, die niet een afleggen is van lichamelijke onreinheid", maar veel meer dan dat (1Petr.3:21). Petrus heeft het niet over een reiniging met water, ook niet over de geestelijke reiniging door het Woord. Hij heeft het over de doop in (naar, tot) Christus Jezus. Noach en de Zijnen werden gered door een ark te hebben en daar in te gaan. Zo wordt u nu van de allesverwoestende vloed gered door in de ware Ark te gaan (=Christus). In de ark waren Noach en de zijnen veilig voor de zondvloed. Wie smadelijk om hem gelachen had, kwam om in de watervloed. De "acht" werden gered, omdat zij in de ark waren gegaan (vers 20-21). Zo redt u thans de doop (in Christus Jezus), "door de opstanding van Jezus Christus" (vers 22).

Nadrukkelijk vermeldt Petrus erbij, dat het hier niet gaat om een afleggen van lichamelijke onreinheid, zoals dat het geval was bij een oudtestamentische wassing (vers 21). Het gaat om veel meer: om de doop in Christus Jezus, waarvan hij zegt, dat het een bede is van een goed geweten tot God. Wij moeten in Hem gaan om met Hem op te staan, want "in Christus Jezus is ons een plaats gegeven in de hemelse gewesten" (Ef.2:6). "Het leven is in de Zoon" (1Joh.5:11). Het is in Christus, in de Rots, in de Ark.

De "zondvloed" wijst heen naar de grote geestelijke vloed, die de hele aarde zal bedekken. Ieder "ziend" christen weet, dat er nu een enorme, alles vernietigende "zondvloed" over de "wereld" gaat, die allen "wegneemt" die niet in de "ark" zijn! Deze vloed neemt alles weg, wat met "hout, stro en stoppelen" tot stand is gebracht. Alleen zij, die in de "Ark" zijn gagaan, houden stand.

Wij moeten dus "in de Ark gaan": in Hem groeien, van Hem leren, met Hem leven, met Hem verworpen worden, met Hem lijden, met Hem bespot en uitgelachen worden, met Hem sterven, met Hem begraven worden, met Hem verrijzen vanuit de doden om ons heen, met Hem in de hemelse gewesten blijven en met Hem wandelen in nieuw leven.

Want het zal zijn als in de dagen van Noach (Luc.17:26). De "tegenwoordige hemelen en de tegenwoordige aarde" zullen op identieke wijze hun lot ondergaan door "vuur" (2Petr.3:1-7). In de ware Ark is redding. Nu pas krijgen teksten als "door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt" en: "u bent het lichaam van Christus en ieder leden" betekenis (1Cor.12:13,27). In één Lichaam. "In de Ark". "In de Rots". "In Christus".

Leest u nu ook Romeinen 6 vers 3 nog eens door, maar dan zó: "Of weet u niet, dat wij allen, die volkomen één zijn geworden met Christus Jezus, ook (als gevolg daarvan) één zijn geworden met Zijn dood?" Dat kan toch ook niet anders! Wie "in Christus" is, is één met Zijn gehele leven: van Zijn geboorte tot en met Zijn lijden en verwerping door de geestelijke leidslieden, één met Zijn eenzaamheid, dood, en opwekking. Hij gaat de weg die Jezus ging. Hij volgt het Lam, waar Hij ook heengaat. Jezus is immers de Weg (Joh.14:6).

Zo is het ook met hen, die "door één Geest tot één Lichaam zijn gedoopt" (1Cor.12:13). Zij gaan door fasen en geestelijke ervaringen, die de Zoon des mensen (dat is: "het Woord" als mens) Zelf eerst heeft doorgemaakt als Eersteling. Zij lijden met Hem mee, worden als Hij veracht en verworpen. Ook hun "woorden worden de ganse dag verminkt" (Ps.56:6). Ook zij worden gegeseld, sterven met Hem en worden in Zijn dood mee begraven. Zij worden ook "levend gemaakt en mede opgewekt met Hem en mogen zitten in de hemelse gewesten in Jezus Christus" (Ef.2:5-6).

"In Christus Jezus"! Volkomen één met de Zoon, in alles! Zijn vlees eten en Zijn bloed drinken. Het Lam volgen waar Hij ook heen gaat! "Als u dan met Hem opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenk dan de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want u bent gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God" (Col.3:1-3).

Bedenk dan de dingen die boven zijn! Dat geldt natuurlijk ook voor de doop. Wij mogen niet blijven steken in een zichtbare ceremonie. Zichtbare plechtigheden kunnen goed zijn als begin, als basis (Hebr.6:1-2). Daarna moeten wij de realiteiten die boven zijn zoeken en niet blijven bij natuurlijke dingen, die van 't hemelse slechts een afschaduwing zijn. als wij aan het begrip dopen denken, dan is het hoogste de doop in de Persoon, in Jezus Christus, die ons alles is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging, verlossing" (1Cor.1:30). Zijn weg ónze weg. Zijn wil ónze wil. Zijn streven óns streven. Geheel voor Hem! Gedoopt in Zijn Wezen. Gedoopt in Zijn naam.



IN HET LAGERE BLIJVEN STEKEN

"Paulus kwan in Efeze en vond daar enige discipelen. En hij zei tot hen: Hebben jullie de Heilige Geest ontvangen, toen je tot het geloof kwam? Maar ze zeiden: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is" (Hand.19:1-2).

Kennelijk miste Paulus iets in de levens van deze oprechte mannen. Het had kennelijk met de doop te maken, want meteen vroeg hij: Maar "waarin zijn jullie dan gedoopt?" (Hand.19:3). "Zij zeiden: In de doop van Johannes" (vers 4).

Paulus merkte, dat deze twaalf gelovigen in het natuurlijke waren blijven steken. Zij hadden zich bekeerd van zondige wegen, dat wel. Want "Johannes doopte een doop van bekering" (Hand.19:4). Maar kenden zij Jezus' geestelijke reinigingen? Waren zij gedoopt met Zijn geest? En waren zij "door één Geest tot één lichaam gedoopt", "in Christus Jezus"?

Toen zei Paulus tot deze twaalf onwetende, maar oprechte Efeziërs: "Johannes doopte een doop van bekering en hij zei tot het volk, dat ze moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is Jezus". En toen zij dat hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus: Paulus legde hun de handen op, de Heilige Geest kwam over hen en zij spraken in tongen en profeteerden (Hand.19:4-7).

Wie van ons wist in het begin van zijn geestelijk leven (of beter gezegd: zijn kerkelijk leven), dat de doop met water gevolgd zou moeten worden door de doop met de Heilige Geest, om uiteindelijk in Christus Jezus te worden gedoopt? Wie daar wél wat van gaat zien en verlangt naar een leven "in Christus", zal moeten ophouden nog langer aards te denken. Laat de zalving, die u van Hem ontvangen hebt, op u blijven en laat die u leren over al deze dingen (1Joh.2:27). Laat die denkwijze in u zijn, welke ook in Christus Jezus was (Fil.2:5). Laat op uw voorhoofd Zijn naam en de naam van de Vader geschreven worden (Op.14:1). Laat Christus u beïnvloeden en veranderen. Stel uw leven volkomen onder Zijn controle! Laat u dopen in Christus Jezus.



HET EINDDOEL

Ieder christen zou de drie stadia van baptizo moeten "zien" en naar het hoogste moeten streven, naar die éne doop, in die éne Heer. Maar helaas slopen vleselijke gedachten en handelwijzen reeds in de tijd van de apostelen de gemeenten binnen. Wat moest Paulus bij voorbeeld aan de gemeente van Corinthe schrijven?

"Ieder van u heeft zijn leus: Ik ben van Paulus! En ík van Apollos! En ík van Céfas! En ík van Christus! Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd? Of bent u in de naam van Paulus gedoopt? Ik ben blij dat ik niemand van jullie gedoopt heb, behalve dan Crispus en Gajus. Niemand kan zeggen, dat jullie in mijn naam gedoopt bent. Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken" (1Cor.1:12-17). De dooppraktijk met water gaf kennelijk aanleiding tot partijschappen. De doop in Christus Jezus werd uit het oog verloren. Dan wordt men nooit één.

Dezelfde verblinding treffen we ook aan in onze tijd. Overal ziet men scheuringen als gevolg van partijschappen en aards denken. In Hebreeën 6:1-2 lezen we: "Laten wij het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van een leer van baptismoi".

In deze bijbelstudie hebben we getracht te laten zien, wat het betekent in Christus Jezus te zijn gedoopt en wat de wassingen van Hebreeën 9 vers 10 voor ons betekenen. De "leer van baptismoi" is een belangrijk deel van ieders geestelijke fundament. Hoe zouden we ooit tot het volkomene kunnen komen als het fundament niet deugt?

U hebt ook kunnen merken, wat de plaats is van rituelen en allerlei andere natuurlijke zaken. Ze zijn schaduwbeelden, die bedoeld zijn om geestelijke waarheden te kunnen vatten. Het gaat ons dan ook niet in de eerste plaats om één of andere manier van dopen. De geestelijke realiteit is altijd méér.

Hoofdzaak is, dat wij weten wat "gedoopt in Christus Jezus" betekent. "Gedoopt Christus Jezus in"! Gedoopt de ware tempel in! In de Ark! In de Rots! Als deze geestelijke realiteit wordt "gezien", is het natuurlijke ritueel "voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning" (Hebr.8:13).

Waar het dus vooral om gaat, is hen, die het Lam volgen, te helpen om los te komen van de babylonische spraakverwarring. Door de misleiding en de toverij van de babylonische hoer zijn alle volken, ook het christelijke volk, verleid (Op.18:23). Want Babylon heeft de waarheid verdraaid. Ze heeft met haar ideeën over baptizo iedereen misleid en de waarheid heel subtiel geweld aangedaan. Het kan de geest van Babel niets schelen, dat er gedoopt wordt. Als het maar niet Christus Jezus in is. Als het maar bij een uiterlijke ceremonie blijft en als de geestelijk betekenis maar niet wordt begrepen. In Babel is het volk van God verblind door oudtestamentisch denken. In veel kerken is het tijdstip van de oudtestamentische wassing met water verlegd naar de zuigelingenperiode, én is de harmonie tussen symbool en realiteit verstoord, én is aan de doop een andere betekenis en inhoud gegeven.

De "honderdvierenveertigduizend die bij het Lam staan op de berg Sion", hebben het merkteken van Babel niet meer op hun voorhoofd (Op.14:1). Zij zijn "de losgekochten van de aarde, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt" (Op.14:4). Zij zijn "gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en voor het Lam. In hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk" (Op.14:5). Zij verheugen zich over de waarheid. Zij hebben haar lief. Door de Geest der Waarheid zijn ze tot Hem gekomen.

Ieder, die onbevooroordeeld wil nadenken over de schrift onder de tucht van de Heilige Geest, los van meningen van mensen, en gaat zien wat gedoopt in Christus Jezus inhoudt, zal een grotere gehechtheid aan de Heer ervaren. Hij zal meer gaan zien van de grote genade van onze God. Hij zal zien dat God een geweldig plan heeft: het voor Zijn naam bijeenbrengen van een volk uit de heidenen. Alle leden van dat "Lichaam" maakt Hij vrij van "Babel" en van "Egypte". Zij worden in Christus Jezus gedoopt, ingelijfd in Christus, volkomen één met Zijn wezen, één met Zijn wil, met Zijn verlangen, met Zijn streven. In Christus! In de Zoon! In het volk voor Zijn naam.

Eénworden met Christus kan niet in menselijke kracht, door intellectuële inspanningen of goede werken. Eénworden met Christus en zó beïnvloed worden, dat wij volkomen veranderen naar Zijn beeld, kan alleen door de Heilige Geest. Daarom zei Jezus tegen Zijn discipelen: "Nog veel heb Ik jullie te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet dragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst (de komende dingen van Christus) zal Hij jullie aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken. Want Hij zal het uit het Mijne nemen en het jullie aankondigen" (Joh.16:12-14).

Wie Babel heeft verlaten en de "voorhof" is doorgegaan, mag als priester "dienst doen" in het "heilige" bij het "licht van de kandelaar". Maar er is nog meer! Sommigen zullen volledig ingaan (Hebr.4:6). Zij gaan de heerlijkheid binnen van het "binnenste heiligdom". Daar zijn alle schaduwen verleden tijd! Daar vervult de shekinah-heerlijkheid de Zijnen. "Een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich gelijk Hij rein is" (1Joh.3:3). Zijn hoop is "als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan" (Hebr.6:19).

"Wie deze hoop op Hem heeft, reinigt zich" radicaal, ook van alle religieuze ijdele praktijken! Het waarachtige licht schijnt reeds! Alle ceremoniën, alle rituelen met water, olie, brood, wijn en handoplegging, alle kerkelijke "bedieningen" en ambten "zijn schaduwen van de toekomstige goederen, niet de reële dingen zelf" (Hebr.10:1). De tot zoonschap geroepenen bekeren zich van elk formalisme en zoeken ontkoming op de hemelse hoogten van de berg Gods. Dáár worden zij door de Heilige Geest in Christus Jezus ingelijfd. Johannes zag hen staan, samen met het Lam, op de berg Sion (Op.14:1).

Eens zei Jezus tot de Zijnen: "Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beperkt het Mij, totdat het volbracht is" (Luc.12:50). Hij bedoelde, dat Hij door lijden en dood gedoopt zou worden tot een bevrijd, geestelijk Lichaam. Hoe beperkt (beklemd, gelimiteerd) voelde Hij Zich in Zijn menselijk lichaam.

Hij zei ook: "De beker, die Ik drink, zullen jullie ook drinken en met de doop, waarmee Ik gedoopt word, zullen jullie ook gedoopt worden" (Marc.10:39). Ook de Zijnen zouden de beker van het lijden drinken. Zij volgen immers het Lam, waar Hij ook heen gaat. En "allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, worden in Zijn dood gedoopt", tot één lichaam (Rom.6:3). Alle leden ervan zijn zonen, verlost van het lichaam en deel geworden van Zijn Lichaam (Rom.8:23). Christus Jezus is dan niet langer "beklemd" in één Zoon des mensen (Luc.12:50). Door Zijn Geest komt het volle heil tot openbaring in de volheid van Christus.

Nu nog één vraag: waarom laten de Zijnen zich dopen tot één lichaam", "in Christus Jezus", om "in Hem te worden medeopgewekt" (Col.2:12)? Is dat alleen voor hen zelf? Nee, zegt Paulus, zij laten zich in Christus Jezus dopen en krijgen deel aan Zijn opstanding voor de doden (1Cor.15:29). Dat is: voor alle mensen, die geestelijk nog niet leven door Jezus. Hij heeft Zich immers gegeven tot een losprijs voor allen (1Tim.2:6, Rom.5:18).

Welnu, door de bediening van het samengestelde lichaam van Christus zal dat overal aanvaard worden. Er komt een universele bevrijding (Rom.8:21). Overal zal opnieuw de paradijselijke "vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God" worden ervaren (Rom.8:21). En het middel om tot dat doel te komen is de volheid van het Lichaam van Christus.

Daarom wacht de ganse schepping met smart op het openbaar worden van de zonen Gods (Rom.8:18-23). "Zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, duizend jaren" (Op.20:6). Zij zijn de bomen des levens, waarvan de bladeren de volkeren zullen genezen (Op.22:1-2). Dáárom hebben zij zich laten dopen in Zijn dood tot één lichaam" (Rom.6:3, 1Cor.12:13). Zij zijn in Christus Jezus om allen te genezen, die nog niet tot waarachtig leven zijn gewekt. Want Gods uiteindelijke doel is, dat "in de naam van Jezus zich alle knie zal buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn. En dat alle tong zal belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!" (Fil.2:10-11). "Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen" (Rom.11:36).


Home page